A8 De negende van Beethoven en Vermandere

Pijpenstelen regende het; honden en katten voor de Engelsen en oude wijven voor de Nederlanders. Op de snelweg naar Brugge past Els, mijn echtgenote, haar snelheid aan de weersomstandigheden aan. Af en toe hoor ik de hybride auto naar de elektrische motor omschakelen. Vandaag zal de petro-chemische nijverheid geen goede klant aan ons hebben. Als Els rijdt meestal niet. Bezorgd kijk ik even naar het klassieke weergegeven maar digitaal aangestuurde retro klokje in het dashboard. De ontvangst op het stadhuis staat gepland om 15h00; tijd over dus. Brugge. Lang geleden dat ik er geweest ben; het moet zowat al tien jaar zijn dat ik vaststelde, en samen met mij scharen toeristen uit alle hoeken van de wereld, dat Brugse kant in de 21 e eeuw  Belgian chocolate is geworden. Maar misschien weten die toeristen dat niet eens, daarvoor zou je een geschiedenisboek moeten gelezen hebben. Chocolade ligt nu eenmaal beter in de markt dan gedemodeerde Brugse kant en, wees eerlijk,  wie leest er nu nog geschiedenisboeken?

Willy

“Brugge is oltyd schône”, schreef Willy Lustenhouwer.

Brugge is schône,                                                                                                                                                ’s nuchtens vroeg,

Os d’n dauw over de reitjes hangt,

En ’t toptje van de torren,

’t Eèste zunnestroltje vangt

 

In het West-Vlaams schrijf je dan Brugge niet als Bruhhe? In elk geval was van dat” eèste zunnestroltje” weinig te zien en “d’n dauw over de reitjes” was uitgegroeid tot een aan een  moesson grenzende stortvlaag. Bruges-la-morte schoot me door het hoofd, figuurlijk dan. Van wie was dat ook weer? Vergeten. Het woord “vergeten” bracht me met een schok terug bij het heden. Aan mijn blog diende ik te werken, onrustig werd het in mijn hoofd ( en dat had niets met de rijstijl van Els te maken, nu ja voor één keer niet). In stuk A7 gaf ik aan dat af en toe over een getuigenis van een Jongdementie patiënt zou worden  geschreven. Een eerste, zéér gezellig en openhartige gesprek met Patrick had drie dagen vóór het Brugge bezoek plaatsgevonden; met koffie en taart om het gesprek wat te vergemakkelijken en een Westmalle achteraf om het allemaal een beetje door te spoelen. Het was een intens gesprek, meeslepend en zéér persoonlijk. Restte me enkel nog dit in een tekst te verwerken….en dát, precies dát deel van het werk dat het makkelijkst zou moeten zijn, ging niet. Van geen kanten. Het gaat niet schrijven over deze getuigenis, ik kan het niet, het gaat niet,… nog niet. Het komt wel, later, eerst moet dit allemaal wat rijpen in mijn hoofd, een onbewust verwerkingsproces doormaken en wennen moet ik aan zo’n situatie. Voor zover zoiets ooit went natuurlijk. Ik kon het gesprek wel met een Westmalle uit mijn maag spoelen maar uit mijn hoofd…neen geen bier ter wereld die het zou kunnen. Als je moet schrijven over “ ik ben niet tevreden over wat ik geworden ben” of “ je beseft het maar je herkent jezelf niet meer” is dit, voor mij althans, op zijn zachts gezegd niet gemakkelijk. Het gaat om een wijziging in het karakter van de patiënt door de ziekte. Over de andere “bijwerkingen” als ik het zo mag uitdrukken, heb ik het nog niet eens, maar het fenomeen van karakterverandering heeft me het meest getroffen, zo niet geraakt. 50 jaar ben je Patrick en daarna….een andere Patrick, die net zo goed Paul, Jasper of Marc zou kunnen heten. Je kijkt in de spiegel en je ziet je vertrouwede gezicht, maar binnenin weet je , besef je, is er iets veranderd. Niet zomaar een kleine verandering maar iets fundamenteels, iets eigen aan die mens iets unieks aan die mens is veranderd, het karakter. Ooit heeft er iemand, lang geleden tegen me gezegd : of je nu een goed of een slecht karakter bezit, de hoofdzaak is dat je karakter hebt. Of de man emotionele intelligentie genoeg bezat om de reikwijdte van zijn woorden te beseffen weet ik niet, wat ik wel weet, en oh ironie, hij stierf aan alzheimer vijftien jaar later, onder de gemiddelde leeftijd van de doorsnee Belgische man.

Inverse redenering

Even omgekeerd, dit valt misschien gemakkelijker te begrijpen, ik zeg wel misschien. Hoe groot zou je verbazing of angst zijn mocht je op een ochtend in de spiegel kijken en je ziet een compleet ander gezicht? Een snoet die je niet kent glimlacht je tegemoet, ogen van een andere kleur staren je aan en de pukkel van gisteren is er niet meer. Alles is je vreemd maar toch ben jij het, dat weet je, dat besef je. Denk eraan de volgende keer dat je in de spiegel kijkt en alles is bij het oude; leve al dat vertrouwde waar je misschien niet tevreden over bent, wees blij dat het er nog is.

In Buchenwald stond ( staat er nog) een tekst, verwerkt in de poort van het kamp en zo geplaatst dat de gevangenen de tekst duidelijk konden zien : “ Jedem das Seine”. De meer gekende tekst “ Arbeit macht frei” staat boven poorten van andere kampen o.a. Dachau. Jedem das Seine, vrij vertaalt” ieder het zijne”.  Eigenlijk hebben de nazi’s dit gruwelijk aangepast want oorspronkelijk, uit het Romeinse recht,  was de Latijnse formulering “ unicuique suum” afgekort dan, voluit en vertaald wordt dit “ de gerechtigheid is de vaste en constante wil om ieder zijn recht toe te delen”.Lees dit maar twee keer. Vooral de juristen. Als ik me niet vergis heeft J.S.Bach een cantate geschreven met dezelfde Duitse titel toen hij cantor was in de Thomaskirche in Leipzig.  Als goede protestant schreef de brave man ( hij had twintig kinderen bij twee vrouwen), voor iedere zon-en feestdag een cantate. Op een twintigtal minuten rijden in zuidelijke richting ( niet aan Els haar snelheid gerekend) van Buchenwald kom je in Weimar. Van Weimar wordt gezegd dat de stad “het Mekka” van de Duitse cultuur was in de 19e eeuw. In elk geval ligt Weimar aan de basis van de eerste Duitse republiek die een kort leven was beschoren, van 1918 tot 1933. Goethe en Schiller ( eigenlijk von Goethe en von Schiller) leefden een groot deel van hun leven in Weimar en waren vrienden. Goede vrienden zelfs. De stille, teruggetrokken Goethe die sigaretten haatte, niet graag op café ging en minerale gesteenten verzamelde ( hij was trouwens een tijd o.a. minister van mijnbouw voor de Groothertog van Saksen-Weimar Eisenach in het gelijknamig dubbelhertogdom) en de levensgenieter Friedrich Schiller die graag op café ging om te kaarten, een pintje te drinken en rookte als een ketter. Schiller ken je niet? Oh zeker wel, hij schreef de tekst van “Ode an die Freude” die Ludwig von Beethoven in 1824 op muziek zette. Ludwig was toen al potdoof; stel je voor dergelijke muziek schrijven met oren die niet van jou zijn.

 

1280px-Weimar_City_hall
Het stadhuis van Weimar

De olympische gedachte

Het mooiste uit de Duitse literatuur en de muziek komen hier samen. Deze melodie ( nu ja melodie het is de 9e symfonie van de Beethoven) begeleidde de Duitsers doorheen hun wisselende geschiedenis. Adolf, ja die kleine schreeuwlelijkerd met zijn typische snor, Hitler speelde het graag als verjaardagsmuziek, bij de val van de muur in 1989 werd het gespeeld en sedert 1972 gebruikt Europa deze symfonie als hymne. Na de tweede wereldoorlog werd Duitsland opgesplitst zoals we weten. Het  internationaal olympisch comité  ( IOC) beschouwde het olympisch comité uit de Bondsrepubliek ( West Duitsland) als vertegenwoordiger van heel Duitsland. Een gevolg was dat het gesplitste Duitsland met een eenheidsploeg aantrad op de olympische spelen de “Gesamtdeutsche Mannschaft”. Het team debuteerde op de Olympische spelen van 1956. Als volkslied werd, inderdaad ge 9e symfonie gebruikt. Voor wie meer wil weten is onderstaande doctoraatsthesis van Eike Birck uit 2013 een hulp :

 Die gesamtdeutschen Olympiamannschaften – eine Paradoxie der Sportgeschichte? Inauguraldissertation zur Erlangung des Doktorgrades (Dr. phil.) der Fakultät für Psychologie und Sportwissenschaft an der Universität Bielefeld

Friedrich Schiller Jongdementie A8
Friedrich Schiller

In Gent hebben ze nu ook een eigen lied : ode aan de fraude. Optimaal en leve het vastgoed.

Jean Aerts en een vriendelijke schepen

Terug naar Twestvlams en Bruhhe. Parking zoeken in Brugge. Ah al bij al viel het nog mee als je de ingang van de ondergrondse parking op “Het Zand” niet voorbij rijdt tenminste! Arm in arm onder moeders paraplu stapten we in hoog tempo ( het regende nog steeds dikke dichte druppels)  richting Burg 12, stadhuis Brugge. Eén van de oudste stadhuizen in de Nederlanden, zo leert me een brochure. 3 De Nederlanden, in 2016! En wij maar over Brexit leuteren. Its great to be a Belgian! Rechts de bloedkapel, maar geen tijd om “ today it’s Tuesday, must be Bruges” te spelen.

Jean Aerts kwam met de fiets, zoals aangekondigd; 895 kilometer ( in de regen dus) voor Jongdementie. De volledige tekst over deze tocht geef ik onderaan deze A8 tekst om geen misverstanden te krijgen. Jean is een aangename maar kordate man die zich bevlogen voor Jongdementie inzet. Hij verloor zijn echtgenote aan de ziekte. Uit zijn toespraak onthoud ik vooral zijn frustratie destijds dat hij haast nergens terecht kon met zijn zieke echtgenote. Ook de speech van schepen Martine Matthys neem ik onderaan deze A8 volledig op; ze was zo goed om me de tekst dezelfde dag nog, door te mailen, samen met wat foto’s. Mevrouw Mattys is een vriendelijke, hartelijke madam. Ik weet mevrouw klinkt beleefder maar madam drukt meer uit wat ik wil zeggen, in positieve zin drukt het beter uit wat ik wil zeggen. Stijlvol ook en bevlogen in haar werk had ik de indruk. Als ze zich voor de Bruggelingen net zo inzet als voor Jongdementie die bewuste dag, hebben ze er een goeie aan daar in Brugge. Jammer genoeg heb je ook de Versnicks van deze wereld, politici als een champignon : leven in de schaduw, ondergronds vertakken en hoge bomen omzetten in compost. Een aanrader mocht je ooit in Brugge komen : de raadszaal of gotische zaal. Prachtig. En dit in eigen land. Mooi en dichterbij dan Firenze. In die zal worden jaarlijks nog zo’n 400 huwelijken gesloten, zo zei Mevrouw Matthys. Gelukkig gebruikte ze het werkwoord “sluiten” en niet “voltrekken”; haar werk zou er héél wat lastiger op worden met een ander werkwoord. Onthouden heb ik ook dat de huwelijken tussen 09h00 en 10h00 gratis zijn. Hopelijk heb ik dat goed onthouden. In elk geval, bedankt Brugge, bedankt mevrouw Matthys en vooral bedankt Jean Aerts.

Een oude Europeaan

Op de terugweg regende het nog steeds, een CD van Willem Vermandere verzachtte de weersomstandigheden een beetje. Ook Vermandere heeft zijn eigen versie van Ode an die Freude, zijn tekst besluit met : “Beethoven naive kluèt, met een kaaksbièn van nen ezel sloeg Kain zin broere duwêd”. Ah Willem, van de bijbel zal je wel meer weten, alhoewel ik twijfel aan dat kaaksbeen van die ezel, maar als gewezen novice bij de Oblaten zal hij, behoudens dichterlijke vrijheid dan wel met kennis van zaken spreken. Gelukkig heeft hij het kloosterleven vaarwel gezegd, anders hadden we waarschijnlijk heel wat goede muziek moeten missen.

“Verdriet, dat voel ik. Een fysiek, bijna existentieel gevoel dat een wereld waarin we geloofd hebben, voorbijgaat. In het leven is het dikwijls zo. Men ziet iets aankomen, maar als het dan gebeurt, is het toch nog een schok.” Deze tekst zou over Jongdementie kunnen gaan, maar het zijn de eerste zinnen uit een interview met Herman Van Rompuy in DS van 25/06/2016 over Brexit. Wat ligt alles toch dicht bijeen in deze wereld.

Gepubliceerd door

marckesteloot

Geboren in België ( Izegem 1959) en getogen in Duitsland, Neheim-Hüsten ( 1959-1977). Studeerde economie in Gent ( UG 1977-1981), gehuwd met Els en heb twee kinderen. Ik woon in Waregem en mijn interesses gaan uit naar middeleeuwse geschiedenis en basket.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s